Strandweer

Strandweer vandaag.
Goed voor van
Oostende naar Nieuwpoort
te wandelen.
Geen poot verzet.
Toch genoten
van het lekkere strandweer.

Aanstekelijk

Eén van mijn favoriete winkels in Gent is de dagwinkel van het tegenovergelegen Indian Curry House, op een paar honderd meter lopen van ons huis. Meestal koop ik hier alleen paneer; soms ook wat kruiden. Vaak word ik geholpen door een tamelijk jonge jongen die de zaak nochtans zeer goed bestiert. Kom je binnen, dan zit hij geconcentreerd naar een laptop te staren met zijn koptelefoon op – een onderwijskundige vriendin van mij loerde eens op zijn scherm en zag, verrukt, dat hij niet aan het gamen of facebooken was, maar aan het leren. Die koptelefoon gaat direct af zodra hij je gewaar wordt.

Continue reading “Aanstekelijk”

Gent: rondje lopen

Het is vrijdag en ik heb een vrije dag. Het idee is dat ik niet teveel doe, maar morgen komen zwager en schoonzus met drie kinderen in tow op bezoek. Dus sla ik aan het opruimen, want het mag er natuurlijk niet als een studentenhuis (Vlaams: ‘kot’) uitzien als er visite komt. Mijn stemming gaat er echter niet op vooruit: ik ben een slaaf van mijn tamelijk nodeloze opruimdrang. Zo smerig is ons huis namelijk ook weer niet. Dus wanneer ik me realiseer dat het de bedoeling was dat ik vandaag vooral voor mezelf zou zorgen en niet voor mijn huis of andere mensen bel ik Wilbert met een klaagzang en de vraag of hij wil koken, ook al was ik eigenlijk aan de beurt.

Continue reading “Gent: rondje lopen”

Duif en dak

Het regent snoeihard en
de duif blijft gewoon
doodgemoedereerd
op de dakrand zitten.
Alsof er niks aan de hand is.
Misschien is dat ook wel zo.
Hij of zij kleurt wel mooi
bij het grauw: de wolken,
de muren, al het gure
dat samen herfst heet.

Thoughts on depression

Depression is a tricky thing to write about. The moment you do people may think you are utterly unhinged or unreliable or suicidal. I like to think I am none of these. Despite risking raised eyebrows or frowns or what not I feel I need to write about mental health. I am an ambassador of a sizeable chunk of the population whose suffering largely goes unnoticed – for so many reasons. Because we feel there is worse suffering out there. There are refugees and raped women and wars and amputees so who are we to whine about what’s going on in our heads and bodies which look perfectly fine from the outside. So we put a brave face on it. And because many of us are ashamed of our weaknesses, which we feel we need to hide because what will our friends and our family and perhaps most importantly our employers think. So we smirk and smile and shine as hard as all the other people (who, for all we know, may be suffering one way or another too). And because so many of us don’t have a voice. But I do and although it may be little and squeaky I choose to use it.

Continue reading “Thoughts on depression”

on waking: notes to self

i suffer and i fall asleep
i wake and i suffer
i plot against my pains
what will soothe?
whatever it is, it needs
doing and that is tiresome
in itself. i drag myself
from minor cure to cure
something that i
cannot even name
although i know
it all too intimately
what is self,
what is burden?
i’ve stopped calling out:
don’t you hear anymore?
i know i’m on my own
be it with witnesses
but what can they do
but watch and cringe?

take a bath. sink
if only for a second.
breathe in, even though
the air itself
frightens you
hope all over again
even though hope
has battered itself
into numbness,
still hoping it
can lift itself into
aliveness again
and sometimes it does,
for a while,
and it’s good,
for a while,
and i forget,
for a while,
and i live,
for a while.

Spruit

Roodborstjesstraat,
Dikkelindestraat,
Kolegemstraat.
Tram 1 rijdt me
hortend hakkelend
schokkend naar
de psychiater
waar ik, uitgebalanceerd
mijn verhaal doe over
mijn onuitgebalanceerdheid.
Ik feliciteer mijzelf daarmee.
Raap een beregende kastanje
zorgvuldig de druppels koesterend.
Zonder nat geen glans:
kiemkracht in mijn hand.
Aarden zal hij niet;
Niet hier. Teveel vertier,
Te hard, te tegels, te regels.
Heeft toch iets doen
ontspruiten. Duiding.

September

De klimop groeit naar beneden
Mijn teennagels bladderen af
Ik huiver in de zon

Ik spoel de zomer weg
Op dertig graden
Met wasverzachter

September beginnings

September. Despite its marking the start of autumn, for me it has always been the month of beginnings. New season, new jobs, new poems, new challenges. Since I have always refused to have a job that did not allow me to take the entire summer off – to travel, to rest, to do whatever I felt like doing – I’ve always thought in terms of academic years, starting September and ending in June, with a big blissful gap in between ending and beginning. The lunar year doesn’t mean very much to me and I don’t really see the point of celebrating New Year’s Eve – I either reluctantly comply or watch the fireworks from my sofa all by myself (preferably with headphones on since I hate the noise).

Continue reading “September beginnings”

Tuig

Rij tuig.
Koet sier.
Bla zoen.
Pa rel.
Re bel.

Zeg nou zelf:
Dat heeft toch
niks met elkaar
te maken?
Toch maken ze het:
Zichzelf.

Het is weer zover.

Het geluid van een cirkelzaag.
Luchtige vliegtuigjes.
De demping is weg:
Het leven wordt zacht
opengereten door
een ontdane hemel.

Vliegen, meeuwen,
Merels, mezen,
Knoppen, krokussen:
Dat ook. Maar vooral

meer mensen die zich
op de fiets wagen met
een bowlingbal op hun kop.
(De hemel zou eens op
je schedel vallen.)
Nog meer onoplettenden
voor mijn voeten.
(Dood aan de zorgelozen.)
Paniekberichten over
goudjakhalzen en lynxen
die Vlaanderen over drie jaar
zouden kunnen willen bereiken
(God weet waarom),
en hoe uw kippen en schapen
tegen deze oprukking
te verdedigen, mocht het
ooit zover komen.
(Ze kijken wel uit.)

En om dit alles te onderstrepen
Meer poeplucht in mijn neusgaten.

Morgen ga ik naar de kapper.
Dan is het officieel.

Zeehond zijn

Zeehond zijn, dat
lijkt me wel wat.
Alleen dan niet
waar de ijsberen zijn.
Op de Waddeneilanden ofzo,
of waar die dieren ook mogen leven.
Een iets warmere plek misschien.
Verzaligd een halfuurtje
tukken op de zeebodem,
en dan als je zuurstof op is
verdergaan op een warme rots
flapflapflap wentel je
je kwabben erop.
En als je honger hebt wentel je
je weer de zee in.
Paar visjes vangen en
weer tukken. Beetje
geluiden maken, af en toe
een beetje duwen om
je ruimte op te eisen.
Gewoon lekker genoeglijk niksen.
En toch bestaansrecht hebben.
Zonder je ervoor te schamen,
dat je daar een beetje
dik ligt te wezen in de zon.

Home

The birds are big.
The sky is high.
The grass grows tall.
The apples fall.

The air is warm.
The wind sends wisps
of hay across
my bare tanned arms.

I lie face up
and I breathe in
until I burst.
Except I don’t

because I’m whole:
There is no crack
this joy can’t heal:
I am at home.

Conversation

Why is it that
we gravitate towards the grave?
We only come alive
– if you can call it that –
when we face the struggles
that our lives
are composed of.
We envy and despise
the ever light-hearted;
we long for relief, but
don’t want to be
wholly unburdened.
These burdens –
our enemies, our close companions –
they weigh us down,
and keep us grounded
like leaden butterflies
with boots on.
Our feet leave deep imprints,
and when we take off
like swans on their first flight
they scour the surface
of the lake
in which we land
time and time again.
We can’t seem to cross it –
but we could kill with a wing.
We float and drift –
we long to crash –
but there is always the water,
the treacherous water,
carrying us until the day
we will finally wash up
and rest on the shore
we have so longingly
laboured towards.

Mensheid

‘Kijk, dat was een sneeuwpop,’
wijst een meisje
naar een hoopje.

Scheppen, schoppen:
Alles moet meteen
kapot
gemaakt.

Modder

Een jongetje van twee
gooit modder naar de zee.
De zee buldert van het lachen
en sleurt de modder mee.

Blog at WordPress.com.

Up ↑